Proevertjes De Vloek van Darwin
Hoofdstuk 1
1.
‘Ik lees dat u een bachelor hebt in de wetenschappen.’ ‘Dat klopt.’
Hij wilde er iets aan toevoegen, maar hield zich op tijd in. Hij had deze job hard nodig.
‘Dan bent u onze man. Een van onze redacteurs wetenschappen zit thuis met een burn-out. Niet te geloven hoeveel mensen tegenwoordig met een burn-out zitten, of een depressie. Het maakt onze planning er niet makkelijker op.’
‘Dat kan ik me inbeelden.’
‘In elk geval: u komt als geroepen. U hebt ervaring als freelancejournalist en u hebt een wetenschappelijke achtergrond. Ik ga u straks aan uw collega’s voorstellen, maar ik wil u al meteen uw eerste opdracht meegeven.’
‘U zegt maar.’
‘Ik ga ervan uit dat u in de media de zaak Random hebt gevolgd?’
Ja, natuurlijk.’
‘Het zal u niet ontsnapt zijn dat er enorm veel reacties zijn op de vrijspraak.’
‘Dat lijkt me logisch. De uitspraak was verrassend en controversieel.’
Dat is een understatement.’
‘Mag ik er meteen aan toevoegen dat mijn specialisme niet op het domein van juridische vraagtekens ligt.’
‘Dat besef ik. Geen schrik! Er is al genoeg commentaar gegeven op het juridische aspect. Wat ik wil is dat u ingaat op het wetenschappelijke. De verdediging heeft zich op Darwin beroepen. Dat is op zijn minst gezegd merkwaardig. Wat ik van u verlang, is dat u een reeks artikels schrijft over zin en onzin van darwinisme in onze tijd.’
‘Oei! Vallen we dan niet terug op de biologische theorieën van het begin van de twintigste eeuw?’
‘Ik neem aan dat u naar de rassentheorieën verwijst. Nee, die gaan we geen nieuw leven inblazen. In die tijd werden wetenschappelijke bevindingen vermengd met ideologische doelstellingen. Het punt is dat de nazi’s zo’n schandelijk gebruik gemaakt hebben van die theorieën, dat het later onderzoek gehypothekeerd werd. Na de oorlog was het taboe om daarover te schrijven. Het sociaal darwinisme had afgedaan. Darwin werd terug de jungle ingestuurd, als het ware, om zich met de beesten en hun gedrag bezig te houden.’
‘Terecht als u het mij vraagt. Een mens is geen dier.’
‘Bij sommigen zou je durven twijfelen,’ grinnikte de hoofdredacteur.
Karel lachte flauwtjes mee.
‘Enfin, ik ben zelf niet zo beslagen in dit thema. Daarvoor hebben we u nodig. Wij zijn geen krant, wij zijn een populairwetenschappelijk tijdschrift. We zijn minder aan de dagelijkse actualiteit gebonden. Maar commercieel gezien is het interessant om in te spelen op gebeurtenissen die emoties doen oplaaien. We zijn geen sensatieblad. Onze lezers zijn geen specialisten, maar ook geen uilskuikens. Dus ik verwacht van u minimum vier substantiële bijdragen, die een inzicht geven in het menselijk handelen, gezien vanuit het perspectief van het darwinisme.’
‘Dat is duidelijk.’
Hoofdstuk 9
2.
Nog maar net had hij het einde van de straat bereikt, of hij kreeg een bevreemdende gewaarwording. Hij zou gezworen hebben dat hij achter zich stappen had gehoord. Toen hij zich omdraaide was er geen enkel teken van leven. Misschien had hij de echo’s van zijn eigen stappen gehoord. Hij wilde zijn weg vervolgen, maar draaide zich intuïtief nog één keer snel om. Zag hij niet net een gedaante achter een liguster springen ter hoogte van zijn woning?
‘Je maakt jezelf wat wijs,’ besloot hij en ging verder.
Toch was hij er niet gerust in. Wat verder dook hij weg in het portaal van een flatgebouw. Hij wachtte tot de onbekende voorbij zou komen. Er kwam niemand. Misschien had hij zich vergist en was het gewoon een wandelaar die alleen maar een stuk van zijn route had afgelegd. Maar toen hij even later op een brede laan terechtkwam en zich ineens omdraaide, meende hij opnieuw een bewegende schaduw te zien die zich haastig achter een boom verborg. Iemand had het op hem gemunt. Iemand wilde hem kwaad berokkenen. Hij had genoeg vijanden gemaakt. Het faillissement had ook nog een aantal anderen in de afgrond gesleurd. Die hadden redenen om hem te haten. Kwam het gevaar uit die richting? Wie de achtervolger ook was, hij leek professioneel getraind. Hij kon ineens verdwijnen alsof hij niet bestond. Misschien hadden ze iemand ingehuurd. Dat zou dan eerder op een complot lijken dan op een individuele actie van een misnoegde speculant. Maar wat wilden ze van hem? Hij kon de zaken niet meer keren. Wilden ze hem alleen maar bang maken? Wel, dat was hen in elk geval gelukt. Het mocht nu wel ophouden. Nog één keer draaide hij zich bruusk om. Dit keer was niemand te zien. Maar het gevoel bleef. Er was iets gaande. Daar was hij zeker van. Daar kon hij niet naast.
Het station was zijn richtpunt, terwijl zijn hoofd belaagd werd door weinig opbeurende mijmeringen. Zijn leven was één grote mislukking. Hij had zich eigenlijk nooit welkom gevoeld op deze aardkloot. Van kindsbeen af had hij een gevecht gevoerd, waarvan hij noch de bron, noch het doel besefte. Zijn ouders hadden hem een harnas aangetrokken dat hem weinig beweegruimte gaf. Zijn hele jeugd had in het teken gestaan van er zich uit te bevrijden.